Onderzoek naar in beslag genomen Joods vastgoed

De afgelopen periode hebben de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Oude IJsselstreek en Oost Gelre samen afspraken gemaakt om een onafhankelijk onderzoek naar in beslag genomen Joods vastgoed uit te laten voeren. De focus van het onderzoek ligt op de rol van de gemeenten tijdens en na de Tweede Wereldoorlog bij de onteigening van Joodse panden en de afhandeling van deze kwestie na afloop van de oorlog.

Joodse inwoners werden gedwongen hun woningen te verlaten en het onroerend goed in hun bezit werd onteigend en veelal doorverkocht. Dit vraagstuk heeft landelijk een vlucht genomen doordat het onderwerp in het televisieprogramma Pointer (KRO/NCRV) aandacht kreeg.

Het onderzoek gaat in op de omvang van de onteigening. En het brengt vooral ook in beeld hoe de gemeenten hebben gehandeld bij het herstellen van het (eigendoms-)recht voor Joodse burgers en hun nabestaanden. Joodse inwoners die na de Tweede Wereldoorlog hun onteigende en doorverkochte woning wilden terugkrijgen, ontvingen van sommige gemeenten weinig medewerking en medeleven. Ze moesten soms zelfs bijkomende kosten betalen om weer in het bezit te komen van hun eigen woning. Het is erg belangrijk dat de vijf Achterhoekse gemeenten laten onderzoeken of deze woningen en stukken grond na de bevrijding weer bij de rechtmatige eigenaren terecht zijn gekomen. En hoe de gemeenten daarbij handelden.

De Radboud Universiteit Nijmegen doet het onderzoek. Hiervoor worden gemeentelijke klankbordgroepen ingesteld met mensen die een relatie hebben met of kennis hebben van dit onderwerp. Vanuit de afzonderlijke gemeentelijke klankbordgroepen komt er één werkgroep die als aanspreekpunt voor de Radboud Universiteit Nijmegen dient. De voorbereidingen zijn gestart. Na de zomer begint het definitieve onderzoek.