Annelies zorgt voor haar partner die na een herseninfarct ineens veel ondersteuning nodig heeft bij de dagelijkse dingen. De eerste jaren van hun relatie reisden ze over de hele wereld. Haar partner had een drukke baan als hoofd van de administratie. Een man met heel veel interesses en daarnaast een grote passie had voor tuinieren. Tot niet zo lang geleden.

Wat was het schrikken, dat herseninfarct. Je weet gewoon niet wat er gebeurt. De eerste periode waren we gefocust op zijn herstel. Inmiddels weten we, dit is het. Beter wordt het niet. Mijn partner is er nog wel, maar ook weer niet. Vroeger gingen we er altijd op uit. Nu wil hij niet meer op visite. Hij kan niet meer mee praten en is bang dat hij niet uit zijn woorden komt. 

Maar hij heeft ook nergens meer zin in. Hij schoffelt nog wekelijks op de begraafplaats. Hoewel hij er echt geen zin in heeft, is dit wel heel erg goed voor hem. Op tijd opstaan, met de driewielfiets op weg. Er wordt op hem gewacht, dus hij gaat. Dat scheelt heel veel. 

Want iedere ochtend als hij opstaat, valt het leven hem zwaar. Iedere ochtend zegt hij ‘Voor mij hoeft het zo niet, laat mij maar liggen.’. Iedere ochtend moet ik hem motiveren uit bed te komen, te ontbijten en in beweging te komen. In de middag klaart hij op. Maar ook dan is hij niet de man die hij was. Zijn kortetermijngeheugen is weg. Ik kan hem iets vertellen, maar als hij niet 100% zijn aandacht erbij heeft, dan komt het gewoon niet binnen. We kregen bij de revalidatie de tip om op een bord het dagschema te schrijven. Het helpt een beetje. 

Een ander voorbeeld is toen hij naar aanleiding van zijn verjaardag wilde trakteren bij zijn collega vrijwilligers van de begraafplaats. Ik moest op het moment dat hij weg moest, ook net ergens zijn. Ik had alles al in zijn fietstas gestopt. Schoteltjes, vorkjes, servetjes en het lekkers. Ik heb het hem meerdere keren verteld en laten zien. Maar ik loop de deur uit en hij weet het niet meer. Hij pakte toen de fietstas verder in met spullen die hij in het huis vond en ging met bijna ons volledige servies de weg op. Het ging echt maar om een paar minuten. 

We hebben voor diezelfde verjaardag nog wel een feestje gegeven, hij werd 80. Dat was echt heel fijn. We hebben iedereen weer gezien. En ik zie dat hij ook echt geniet. Maar hij heeft daar dan ook weer dagenlang last van. Al die prikkels van al die mensen. Dat kan hij echt niet meer aan. 

Het gekke is dat als mensen hem zien, ze geen idee hebben hoe slecht het met hem gaat. Hij ziet er nog uit als een hele vent. Maar in zijn hoofd is het niet meer in orde. Ik merk dat mensen het enorm onderschatten. Maar ik moet mijn hele leven op hem aanpassen. Gaat hij tussen de middag rusten? Dan ga ik snel even sporten of naar de kapper. Hij raakt in paniek als ik er niet ben.  

Mijn geduld wordt dagelijks op de proef gesteld. Ik houd zielsveel van hem. Dus ik loop weg als het me te veel wordt en tel dan even tot 10. Ik kan wel zeggen dat ons leven sinds die dramatische dag totaal anders is. De vitale man, die man van de wereld die altijd bezig was, die is er niet meer.

Maar ik blijf proberen om er het beste van te maken. We gaan regelmatig een rondje fietsen. Ik probeer niet te horen dat hij maar een klein rondje wil. Want als hij eenmaal aan het fietsen is, is het best leuk. En binnenkort gaan we met mijn zwager en schoonzus een paar dagen weg. Gelukkig kennen ze hem goed en weten ze van de situatie. Dat scheelt enorm. Dan hoef ik daar in ieder geval niets over uit te leggen. En hopelijk kan ik door de hulp die ik die paar dagen krijg, even tot rust komen.

Nu moet ik zeggen dat ik best wat hulp krijg hoor. Ik heb vooral veel steun aan Ine. Zij werkte vroeger bij mij in de winkel en helpt me nu in het huishouden. Ze snapt mijn situatie en vrolijkt me met haar gezelligheid weer op. 

Het is een cliché, maar daarom ook waar. Geef om de mensen om je heen zo lang ze er nog zijn. Als ik terugkijk heb ik te weinig aandacht besteed aan mijn moeder toen zij aan dementie leed. Toen had ik dat niet door. Maar nu je in dezelfde situatie zit, merk je hoe fijn het is dat de kinderen even langskomen of een boodschap voor je halen. Dat ze aan je vragen hoe het met jou gaat. Mijn tip: geniet van het leven, zo lang het kan. En wees lief voor elkaar. Je weet nooit wat er achter een voordeur gebeurt.